Risicohouding in de BP-regeling



Als u bij de Stichting Pensioenfonds Atos (SPA) een stukje pensioen opbouwt door middel van een kapitaal in de BP-regeling, ligt het beleggingsrisico m.b.t. dit kapitaal zoals u weet bij u zelf. Iedereen die bij SPA kapitaal opbouwt in de BP-regeling belegd al minstens 6 jaar en veel mensen al bijna 20 jaar in de diverse beschikbare fondsen. In de fondsen wordt beleggersrisico gelopen; de koersen van de aandelen kunnen dalen waardoor de hoogte van het kapitaal afneemt, de rente kan stijgen waardoor de koers van het obligatiefonds afneemt en vice versa. Omdat SPA een gesloten fonds is, komt er geen premie meer bij en is het resultaat volledig afhankelijk van deze koersontwikkelingen. Dit is in de reglementen en diverse voorlichtingsbrochures altijd benadrukt en in de UPO's en BP-kapitaal-waardeoverzichten is dit risico altijd zichtbaar geweest. Ook worden de koersen iedere week op de website gepubliceerd, waar ook zichtbaar is dat de rendementen positief kunnen zijn en negatief. Indien u in de Life Cycle belegt, kiest u ervoor om de verdeling van de beleggingen te volgen die de Life Cycle aangeeft bij uw leeftijd. De Life Cycle begint met 100% beleggen in aandelen en naarmate u ouder wordt bouwt de Life Cycle het percentage aandelen af en bouwt deze het percentage beleggingen in het obligatiefonds op, zodat het risico – statistisch gezien - naarmate u ouder wordt langzaam kleiner wordt. Tegen de tijd dat de pensioendatum dichterbij komt, wordt ook het risico in het obligatiefonds afgebouwd en belegt u alleen nog in het liquiditeitsfonds. Het inherente risico van beleggen in de Life Cycle ligt dus vast; indien u dat niet wilt omdat u bijvoorbeeld minder risico wil lopen dan dat in de Life Cycle wordt gelopen - of juist meer risico - dan kon en kunt u altijd kiezen voor Self Select, waarbij u zelf de verdeling van uw kapitaal en dus uw risicohouding bepaalt.

Voor dit inherente risico dat u altijd loopt met beleggingen en dus ook met beleggingen in de Life Cycle wordt in de wet sinds enige jaren de term "risicohouding" gebruikt. De wet heeft daarbij ook een standaard wijze waarop dit risico cijfermatig weergegeven moet worden geïntroduceerd. Die standaard wijze houdt in dat voor een Life Cycle de risicohouding tot uitdrukking komt in een percentage dat het verschil aangeeft tussen het te verwachten pensioen dat in de Life Cycle (of in de Life Cycle Doorbeleggen) in een pessimistisch scenario bereikt kan worden ten opzichte van het verwachte pensioen in een "verwacht" scenario tot stand komt. Dit verschil wordt de "maximaal aanvaardbare afwijking" genoemd en wordt als een indicatie van de risicohouding beschouwd.

Uit de door de werkgever en werknemers overeengekomen en in het pensioenreglement opgenomen opbouw van pensioenkapitaal in de Life Cycle komen o.b.v. de door de wet voorgeschreven berekeningen voor de Life Cycle de volgende maximaal aanvaardbare afwijkingen tot stand:

a. voor het leeftijdscohort van 35 tot 44 jaar: 67%;
b. voor het leeftijdscohort van 45 tot 54 jaar: 43%;
c. voor het leeftijdscohort van 55 tot 65 jaar: 28%.

Voor de opbouw van pensioenkapitaal in de Life Cycle Doorbeleggen* zijn de berekende maximaal aanvaardbare afwijkingen als volgt:

a. voor het leeftijdscohort van 35 tot 44 jaar: 79%;
b. voor het leeftijdscohort van 45 tot 54 jaar: 65%;
c. voor het leeftijdscohort van 45 tot 55 jaar: 42%.

Als u 45 jaar bent en in de Life Cycle belegt betekent deze maximaal aanvaardbare afwijking (de risicohouding) dus dat u pensioen in het pessimistische scenario 43% lager zou uitkomen dan in het te verwachten scenario. Dit resultaat is overigens niet alleen het gevolg van het feit dat in het pessimistische scenario uw beleggingen het heel slecht hebben gedaan en het kapitaal daardoor laag uitpakt, maar ook van de rekenrente die op het moment van uw pensioendatum geldt. Die bepaalt immers hoeveel pensioen u kunt inkopen van het door u opgebouwde kapitaal. Anders gezegd, ook al doet uw kapitaal het best goed, als de rekenrente historisch gezien laag is op het moment dat u met pensioen gaat, dan pakt het pensioen alsnog lager uit dan dat de rekenrente op dat moment dichter bij het historisch gemiddelde zou liggen. Dit deel van de risicohouding is dus geen onderdeel van de Life Cycle, maar wordt extern bepaalt (i.c. de wetgever).

* De veronderstelling is hierbij overigens dat er met het kapitaal een vast pensioen wordt ingekocht. De belegging in de Life Cycle Doorbeleggen is natuurlijk bedoeld voor degenen die ook na de pensioendatum willen doorbeleggen (variabele pensioenuitkering). SPA biedt echter geen variabele pensioenuitkering aan, die kan bij andere pensioenfondsen of verzekeraars worden aangekocht. Maar er kan ook altijd beslist worden om op de pensioendatum toch een vaste pensioenuitkering aan te kopen.


« Terug naar overzicht